#74 – Simon Lelieveldt bij Satoshi Radio over de invoering AMLD5 in de Wwft in NL en de impact voor cryptobedrijven

Simon Lelieveldt sprak in het najaar 2019 in de 74e podcast van Satoshi radio met Bart Mol en Wijnand Luijtjes over de omzetting van de vijfde Europese witwasrichtlijn naar de WWFT. Daarbij is speciale aandacht voor de effecten voor cryptobedrijven en proberen ze het zo uit te leggen dat hun oma het zou snappen.

Lezen tijdens het luisteren
Liefhebbers van alle basisdocumentatie vinden op deze Linked-in post een volledig en actueel overzicht van de stukken uit het dossier, inclusief vergelijkingsversies. Maar het is ook mogelijk om, terwijl je de podcast luistert dit uitstekend artikel van Thomas Bollen bij Follow the Money te lezen: Woordspel van minister Hoekstra verhult hoe ver zijn omstreden ‘cryptowet’ gaat. Dat behandelt de discussie vanaf Richtlijn tot aanname in de Tweede Kamer. Een ander nuttig document is dit achtergrondverhaal over geschiedenis van deze witwas en financiele toezicht regelgeving, ingediend als consultatiereactie bij Financien (met de tip om even een time-out te nemen in het dossier en nog eens goed de regels te heroverwegen).

Het gesprek in de podcast gaat in hoofdlijnen als volgt:

  • de Europese richtlijn is prima en heeft heldere regels: er moet een registratie komen voor cryptobedrijven, net zoals ook andere bedrijven die grote waarden handelen (juweliers, autohandelaren etc) aan verplichtingen moeten doen om klanten te identificeren en transacties te monitoren,
  • een vergunning wordt in hoofdlijn gekenmerkt door inhoudelijke toetsing, een marktverbod op handelen zonder vergunning en de mogelijkheid dat vergunningen worden ingetrokken. Registraties daarentegen kunnen doorgaans niet doorgehaald worden, kennen geen marktverbod maar partijen die in strijd met registratieregels handelen kunnen wel boetes krijgen als sanctie,
  • de Nederlandse wet is in een zigzag-beweging tot stand gekomen. Eerst heette er een vergunningsregime te komen maar was het grotendeels een registratie. De Raad van State wees de Minister erop dat bij implementatie van de de Europese regels geen vergunningsregime kan worden geintroduceerd,
  • In juli/augustus 2019 werd de nieuwe wet in naam een registratieregime, maar in feitelijkheid werden allerlei eisen uit bancair toezicht toegevoegd. Daarmee lijkt het aan de buitenkant een registratie, maar is het van binnen een vergunningsysteem,
  • de extra bancaire eisen uit de wet zijn uit het bankentoezicht (Wet op het Financieel Toezicht) afkomstig, zullen veel geld kosten en tot uitgebreider toezicht leiden; dat is inmiddels ook al aangekondigd door de beoogd toezichthouder (DNB),
  • de Minister is niet transparant naar de tweede kamer over de toevoeging van bancaire eisen en bancair toezicht; hij doet alsof hij zich aan de richtlijn en het advies van de Raad van State houdt en verzwijgt de invoeging van extra nationale eisen,
  • de industrie (VBNL) laat de Tweede Kamer weten zich niet te kunnen vinden in de Nederlands toegevoegde regels (brief, bijlage),
  • denkbaar is dat de Tweede Kamer het voorstel accordeert, maar de Eerste Kamer wel bezwaar maakt wegens de strijdigheid van het voorstel met het advies van de Raad van State en de EU,
  • het netto effect, als dit toch doorgaat, zal zijn dat er weinig nationale marktspelers overblijven vanwege de hoge kosten, en dat het innovatieve crypto/blockchain vestigingsklimaat wordt gesmoord
  • te hopen is dat wetgevingsjuristen op het Minister, of de Minister zelf, alsnog tot inzicht komen en een werkelijk beleidsarme interpretatie van de richtlijn voorstellen.


  • Na de podcast: de Tweede Kamer discussie
    In de Tweede Kamer werd er uiteindelijk niet heel uitgebreid gesproken over de cryptobezwaren uit de industrie. Ook een uitgebreide onafhankelijke juridische analyse legde weinig gewicht in de schaal. SP maakte een groot punt van de mogelijk te hoge kosten wegens een niet beleidsarme omzetting van de richtlijn. De Kamer schaarde zich achter een motie van Alkaya/van der Linden dat te hoge kosten ongewenst zijn en in 1 jaar na dato evaluatie moest plaatsvinden van de impact op marktpartijen.

    van mening dat naleving van deze implementatiewet niet mag leiden tot gevaar voor kleine ondernemers, noch tot verdringing van kleine ondernemingen vanwege te hoge administratieve lasten; verzoekt de regering, de uitwerking van deze wet op kleine ondernemingen, onder meer in virtuele valuta, te monitoren en de Kamer uiterlijk een jaar na inwerkingtreding van de wet hierover te informeren,

    Maar de wet werd aangenomen en ging naar de Eerste Kamer.

    Discussie na 2e kamer (vanaf december 2019): democratisch dieptepunt
    Wie de opmerkelijke discussie nadien in de Eerste Kamer in een Twitter tijdlijn wil volgen, kan het beste deze Twitter draad lezen op Threadreader. De draad begint medio december, op een dag dat per abuis een brief van DNB op het web wordt gepubliceerd die – blijkens eerdere toelichting in de Tweede Kamer – in het geheel niet zou kunnen bestaan. Het is de brief waarin DNB verzoekt allerlei vergunningsregels en een vergunningsregime op te nemen in de wet. Het wordt duidelijk dat alle verzwaringen in de wet vanaf medio 2019 linea recta uit deze DNB brief afkomstig waren. De industrie richt, gewapend met die informatie, de pijlen nu op de Eerste Kamer.

    Behandeling Eerste Kamer:
    Sinds eind januari 2020 wordt het voorstel behandeld in de Eerste Kamer. Kortweg komt het erop neer dat de Eerste Kamer zeer kundig de juiste vragen weet te stellen en in de tweede vragenronde het hart van de materie raakt. Lees apart hier het eerste antwoord van de Minister aan de Eerste Kamer (dat nogal weinigzeggend was en waarin gedoken werd voor alle vragen). De Eerste kamer houdt vast en forceert de Minister met een set goede vragen om met de billen bloot te gaan.

    In deze analyse/tweetstream van mijn hand wordt het tweede antwoord van de Minister ontleed en blijkt dat de reactie op de vragen van de Eerste Kamer bedroevend is:
    – er wordt schoorvoetend op een enkel punt erkend dat er meer NL regels zijn toegevoegd, bovenop de EU richtljin,
    – er wordt door verwijzing naar een foutief artikel in de richtlijn gedaan alsof een verstrekkend Nederlands toezichtartikel voort zou vloeien uit de richtlijn (artikel 47 lid 3) terwijl dat artikel netjes door een ander artikel in de wet al geimplementeerd wordt (23h: het verbod voor criminalen om eigenaar of directeur van een cryptobedrijf te zijn),
    – er wordt verwezen naar allerlei voetnoten die er imposant uitzien maar feitelijk zeggen: er zijn geen cijfers over percentage’s witwassen, er zijn geen goede rapporten die het risico onderbouwen, de feitelijke witwas en criminaliteitsrisico’s zitten in cash en betaalkaarten,
    – er wordt geen antwoord gegeven op de extra kosten die het gevolg zijn van de extra eisen (de Minister doet toch weer alsof er geen extra eisen zijn toegevoegd na de consultatie),
    – er wordt gesuggereerd dat aan adviezen raad van State wordt tegemoet gekomen maar dit wordt niet onderbouwd en er wordt niet toegelicht dat het advies al binnen is.

    Het antwoord van de Minister is gepubliceerd op een tumultueuze dag in de Corona-discussie waar het economisch steunpakket ook werd afgekondigd. Na publicatie van de bovenstaande analyse verdween het vervolgens 2 uur later van alle overheids-sites: een weinig gangbare werkwijze in het democratisch proces.

    Het vervolg nadien bestond eruit dat de sector een brandbrief stuurde aan Minister en politiek. Hierin werd toegelicht dat de voorgenomen inspanningen van DNB veel meer deden denken aan regulier bankentoezicht dan een registratie. De gemiddelde verwachte toezichtkosten van 34000 euro per bedrijf blijken veel hoger dan de kosten voor trustkantoren en/of creditcardmaatschappijen.

    In de discussie daarna deed de Minister heldere toezeggingen in de Eerste Kamer over beperkte kosten en beperkte invulling toezicht. De wet werd aangenomen en de kou leek uit de lucht.

    “Registreren doe je, en een vergunning wordt aan je verleend. Dat is gewoon echt wat anders. De lat ligt daar ook op een ander niveau.”, aldus de minister. Over de toezichtkosten gaf hij aan: “Dat zal proportioneel zijn en dat zal echt veel lager zijn dan die €34.000.” – Minister van Financiën Hoekstra, CDA

    Teleurstelling nadien: DNB trekt zich niets van toezeggingen aan
    Geleidelijk bleek dat DNB zich helemaal niet hield aan de genoemde toezeggingen en gewoon op de ingeslagen weg doorging. De registratiekosten werden ook nog eens verhoogd met vooruit te betalen toezichtkosten waardoor wat neerkwam op een initiële investering uitdraaide op een investering van tenminste 35.000 euro. Diverse kleinere partijen gooiden daarop het bijltje erbij neer. Ziehier de handdoek-in-de-ring lijst.

    Op 20 mei treedt de wet naar verwachting in werking. Wat een eenvoudige vertaling van een witwaschecklijst had moeten worden in de Wwft is uitgelopen op een overmatig en kostbaar toezichtregime waarvan te zijner tijd zal vastgesteld worden dat het inderdaad onrechtmatig en overmatig is, zowel in termen van toezicht als in termen van privacyschending. Het kwaad zal dan zijn geschied en ook de kamervragen die inmiddels vanuit de SP al gesteld zijn in de Tweede Kamer zullen de schade aan het ondernemersklimaat niet kunnen terugdraaien.

    Voor de crypto-ondernemers is uitermate wrang dat de Minister die wegens de Coronacrisis grootmoedig omwille van behoud van de werkgelegenheid bereid was om 90 miljard euro te besteden, zo hardnekkig en star vasthoudt aan een door zijn ambtenaren en DNB ingefluisterde onjuiste juridische visie die ten koste van innovatie en werkgelegenheid in Nederland gaat.