Datum: 24/2/2004

Waarom de Wet Elektronische Handtekening er niet toe doet
Een column voor IT Monitor door Simon Lelieveldt

Al bijna een jaar is de wet elektronische handtekening van kracht. Veel mensen denken dat vanaf dat moment in Nederland officieel de elektronische handtekening gelijk staat aan de geschreven handtekening. En dat eigenlijk alleen een zogeheten geavanceerde elektronische handtekening goed genoeg is voor gebruik in de digitale wereld. Helaas zijn beide opvattingen onjuist.

Allereerst het punt van de bewijskracht. Anders dan in andere landen in Europa, kende het Nederlandse recht van oudsher reeds aan de rechter de bevoegdheid toe om zelf de waarde van aangevoerd bewijs te bepalen. De rechter kon in de praktijk dus per geval beoordelen of, in plaats van de fysieke handtekening, een elektronische transactie-methode ook tot voldoende en overtuigend bewijs van het aangaan van een overeenkomst strekte. Het enige dat nu de wet elektronische handtekening heeft gedaan is die bestaande situatie nog eens juridisch vastleggen door middel van de volgende tekst in het Burgerlijk Wetboek:
Een elektronische handtekening heeft dezelfde rechtsgevolgen als een handgeschreven handtekening, indien de methode die daarbij is gebruikt voor authentificatie voldoende betrouwbaar is, gelet op het doel waarvoor de elektronische gegevens werden gebruikt en op alle overige omstandigheden van het geval.

Ter toelichting. Al sinds de jaren negentig maken banken het mogelijk om door middel van voice response systemen, telebankieren en passen met pincode's betalingen te verrichten aan derden. Op die manier zijn inmiddels vele miljarden transacties gedaan. Van die transacties zijn er bij mijn weten aanzienlijk minder dan 100 met succes voor de rechter betwist op grond van ondeugdelijkheid van het bewijsmateriaal (niet: de methode zelf). Ook zonder wet elektronische handtekeningen konden klanten dus prima digitaal zaken met elkaar doen. En de rechter kon prima uit de voeten met de door het bankwezen ontworpen elektronische betaal- en authenticatie-methoden.

Deze toelichting brengt me direkt bij de tweede misvatting. De hierboven genoemde bancaire betaalmethoden voldoen in strikte zin niet aan de definitie van een geavanceerde elektronische handtekening. Toch blijken ze in de praktijk van het bankwezen aan hun doel te voldoen. Ook bleek eind jaren negentig dat het door banken ontwikkelde I-pay systeem in de praktijk te kostbaar en te gecompliceerd uitpakte. Terwijl dat systeem nou net wl gebaseerd was op het gedachtengoed en de techniek van de geavanceerde elektronische handtekening.

Mijn advies: laat u niet aanpraten dat geavanceerde elektronische handtekeningen te prefereren zijn om onder de nieuwe regelgeving bewijsbare transacties te realiseren. Bestudeer zorgvuldig de waardeprocessen in uw eigen organisatie en zoek vooral ook naar creatieve andere manieren om de wilsuiting van de klant bewijsbaar vast te leggen. U kunt bijvoorbeeld in uw juridische voorwaarden opnemen dat de (eerste) betaling van een klant voor uw diensten strekt tot aanvaarding van genoemde voorwaarden en bewijs van het contract. De betaling (en het uitblijven van het terugdraaien ervan) fungeert dan direkt als bewijs.

Ir Simon Lelieveldt is zelfstandig adviseur op het gebied van retail-betalingsverkeer.

Back to the homepage