Publicatiedatum: 01/11/2007

Betalen wordt Europeser
Houd kosten betalingsverkeer laag en maak geen aanvullende nationale regels

Minister Wouter Bos van FinanciŽn kan helpen de kostenstijgingen in het betalingsverkeer zo veel mogelijk te beperken. De Europese betaalmarkt, de Single Euro Payments Area (Sepa) komt eraan. Publiek, politiek en maatschappelijke organisaties vrezen voor fors stijgende kosten in het betalingsverkeer.

Hierbij ontstaat de indruk dat de overheid slechts kan toekijken en afwachten wat de uitkomst van dit marktproces wordt. Dat is niet zo. Minister Bos kan helpen ook in de toekomst de efficiency en lage kosten van het Nederlandse betalingsverkeer te behouden.

Een van de mogelijkheden die banken hebben om de kosten laag te houden is het uitbesteden van betaalactiviteiten. In Nederland wenst de Belastingdienst hierover dan 19 procent btw te ontvangen, terwijl Europese concurrenten vrijgesteld zijn van btw. Deze afwijkende Nederlandse benadering werkt dus als een directe kostenverhogende en concurrentievervalsende opslag. Nederland prijst zichzelf uit de markt en laat de kosten onnodig oplopen.

Een tweede punt betreft de Europese regelgeving voor betalingsverkeer, die vanaf november 2009 in Nederland van kracht moet worden. Deze Europese Richtlijn Betalingsverkeerdiensten legt de basis voor een consumentvriendelijk en concurrerend pan-Europees betalingsverkeer. De banken hebben deze nieuwe regels verwelkomd, hoewel het gedetailleerde karakter leidt tot een permanent hoger kostenniveau van ten minste 3 miljard euro per jaar voor alle Europese banken samen.

Wat kan de minister hier doen? Hij kan ervoor zorgen dat de kosten van deze nieuwe regels uiteindelijk zo laag mogelijk blijven. Dat betekent dat er bij voorkeur geen aanvullende nationale regels komen. De richtlijn biedt hiertoe op sommige punten helaas wel de mogelijkheid. De kosten daarvan zullen aanzienlijk zijn. Banken moeten dan bijvoorbeeld uitgebreide landentabellen opnemen in hun verwerkingsprocessen om betalingen naar Duitsland conform de Duitse regels en naar Frankrijk volgens de Franse wensen te doen. Minister Bos kan zich in Europees verband sterk maken om dit te voorkomen.

Als de minister inderdaad alles op alles wil zetten om de kosten van het Nederlandse betalingsverkeer zo laag mogelijk te houden, moet hij afzien van poespas bij het overbrengen van de Europese richtlijn naar Nederlandse wetsteksten. Tegelijk is het nodig om andere EU-lidstaten ervan te overtuigen ůůk terughoudend te zijn met nationale extra regels. Verder helpt ook het goed toepassen van de bestaande Europese btw-vrijstelling voor uitbestede betaaldiensten. Daarmee draagt de minister tevens bij aan de aantrekkelijkheid van Nederland als vestigingsplaats voor financiŽle instellingen.

Mr. Gijs Boudewijn en ir. Simon Lelieveldt werken bij de afdeling Betalingsverkeer en Veiligheid van de Nederlandse Vereniging van Banken (NVB).

Copyright (c) 2007 Het Financieele Dagblad